Mensen vragen me vaak waarom ik voor het liberalisme heb gekozen. Deze vraag komt er waarschijnlijk omdat vrij veel mensen nog steeds niet weten waarvoor liberalisme staat. De Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama verkondigt in zijn boek “The End of History and The Last Man” (1992), de stelling dat het liberale denken andere concurrerende ideologieën, het fascisme en het communisme, definitief heeft verdrongen. Er lijken zich geen alternatieven meer aan te dienen voor het uitbouwen van een min of meer gesmeerd lopende samenleving en in die zin beleven we dus het einde van de geschiedenis. Of het zo’n vaart zal lopen kan worden betwijfeld. Het fascisme steekt immers wel degelijk de kop op, en niet alleen in België.
In het Vlaams Liberaal Manifest ’71 staat het volgende: “Iedere moderne mens is de zingever van zijn eigen bestaan. Essentieel daarbij is ongetwijfeld, dat men de overheid moet beletten aan de burgers een opvatting van “het geluk” op te dringen”.
Voorrang voor de mens
Het liberalisme stelt de mens boven de “instellingen”. De mens in al zijn veelzijdigheid, in alle aspecten van zijn bestaan. In de loop van zijn leven is hij achtereenvolgens of soms gelijktijdig: student, factor in de productiesfeer, huisvader of huismoeder, consument, eigenaar, patiënt, schuldenaar, gepensioneerde. Hij is lid van een gezin, van een bepaalde leefgemeenschap, hij heeft een godsdienstige en politieke overtuiging, woont in een bepaalde buurt, neemt actief of passief deel aan het verenigingsleven, participeert aan culturele of sociale initiatieven, heeft persoonlijke of familiale problemen, enz….
Ooit verweet iemand mij dat ik zelden een uitgesproken mening had over iemands doen of laten. Zolang echter iemand geen morele, lichamelijk of materiele schade aan iemand anders toebrengt, vind ik ook dat ik geen oordeel over iemand anders moet brengen. Ieder is vrij te handelen naar eigen goeddunken, ik heb me niet te bemoeien met een ander zijn levenswijze of visie. Voorrang aan ieders vrijheid.
De beheerste vrijheid
Zeer algemeen betekent de vrijheid voor de mens dat hij voor zichzelf een beslissing kan nemen, en ook naar die beslissing kan handelen. Vrijheid is het beschikken over keuzemogelijkheden, over gedragsalternatieven. Waar er geen keuzemogelijkheden zijn, waar er geen verschillende gedragslijnen mogelijk zijn, waar eenvormigheid en uniformiteit streefdoelen zijn, kan er geen werkelijke vrijheid bestaan. Essentiële voorwaarden tot die vrijheid zijn onder meer: een onaantastbare privé-sfeer, een persoonlijke bezitsvorming, zowel geestelijk als materieel. Zij bieden de mens de kans zijn eigen bestaan zin te geven, naar eigen inzicht en eigen verlangens te handelen, op voorwaarde dat hij de vrijheid van anderen niet aantast en dat het geen aangelegenheden betreft die onbetwistbaar van algemeen belang zijn. Ik kan gerust stellen dat dit een groot verschil van denken is tussen VLD en extreemrechtse partijen.
Vrijheid kan echter door vrijheid worden bedreigd. De vrijheid vanuit de liberale visie is geen teugelloze, geen bandeloze vrijheid. Ze wordt begrensd door: verdraagzaamheid, verantwoordelijkheid, solidariteit en rechtvaardigheid.
Begrip, en ook verdraagzaamheid ten aanzien van de opvattingen van anderen, is een liberaal basisbeginsel. Dit betekent niet dat liberalisme gelijk staat met onverschilligheid of gebrek aan weerbaarheid. De verdraagzaamheid kan en mag niet tolereren wat haar eigen grondslagen aantast. De liberale idealen kunnen nooit in naam van de verdraagzaamheid worden prijsgegeven. Vrijheid is gekoppeld aan verantwoordelijkheid. Wie vrij wil zijn moet ook verantwoordelijk zijn voor zijn doen en laten. Een liberaal mag zijn vrijheid niet alleen genieten, hij moet ze ook verdienen.
De mens is een sociaal wezen. Hij leeft in en wordt beïnvloed door de gemeenschap waar hij in is opgegroeid. In die gemeenschap moeten aan elke mens gelijke kansen worden gewaarborgd, inzonderheid gelijke startkansen. Onderlinge afhankelijkheid veronderstelt ook onderlinge solidariteit. Degenen die buiten hun schuld, door fysische, culturele of sociale handicaps allerhande achterblijven, moeten door hulpmiddelen vanuit de gemeenschap op een menswaardig welvaart- en welzijnspeil worden gebracht. Gegrondvest op het principe van de gelijkberechtiging, kan de rechtvaardigheid zeer algemeen worden geformuleerd als volgt : “geef aan elkeen wat hem toekomt”. Deze zin heeft twee componenten “geven” en “toekomen”. Wie minder krijgt dan wat hem toekomt, ondergaat een onrechtvaardigheid, wie minder geeft dan wat hij zedelijk of wettelijk dient te geven, begaat een onrechtvaardigheid. De hamvraag hier is : waar eindigt de rechtvaardigheid, waar begint de onrechtvaardigheid ? Vraag en antwoord liggen op het ethische vlak, het persoonlijk geweten is hier de voornaamste waardemeter. Een permanente zelfcontrole vormt de veiligste waarborg tegen het overschrijden van de grenzen van de rechtvaardigheid.
Met de nieuwe regering komt er wel degelijk een nieuwe beweging op gang. Een liberale beweging met groene en rode kantjes. Het liberalisme laat immers toe ook rekening te houden met andere mensen, met andere overtuigingen, maar steeds democratische overtuigingen. Zo maakt de regering Verhofstadt werk van het asielbeleid, het stokpaardje bij uitstek van extreem rechtse partijen om stemmen te ronselen bij ontevreden burgers. Minister van Justitie Verwilghen is hard aan het werk voor een betere werking van het justitieapparaat. Dit alles kan niet op één nacht in orde zijn. Maar nu wordt er tenminste aan gewerkt! Het gedachtegoed van extreemrechtse partijen botst op vele vlakken met het liberale gedachtegoed. Noch op maatschappelijk vlak, noch op het sociale is er overeenstemming. We praten dan onder meer over de rechten van de jongeren, gelijke kansen voor vrouwen, hulp aan gehandicapten, kortom respect voor elke medemens zijn denken, zijn doen, zijn hele leven. Noch geslacht, noch geloof of levenvisie mogen dienst doen als selectiemiddel voor wat dan ook.
Daarom ben ik liberaal.